terug naar Artikelen

Antroposofische Architectuur

Thema artikel over antroposofische architectuur

Dit thema-artikel gaat over de antroposofische architectuur, De architectuur is een van de deelgebieden waarin de antroposofie zichtbaar is en een eigen stroming heeft.

Over de antroposofische architectuur zijn een aantal boeken geschreven. Je kunt er veel over vertellen. In dit artikel licht ik slechts een tipje van de sluier op voor iedereen die geïnteresseerd is in de antroposofische architectuur en bied ik vooral een weg naar bronnen voor verdieping. Om dit te kunnen schrijven heb ik me beroept op de inhoud van de boeken die in de boekenlijst onder het artikel staan. Die bieden uiteraard veel meer en completere informatie. Dit artikel dient slechts als een zeer compacte kennismaking met deze bouwkunst.

De antroposofische architectuur valt onder de organische architectuur, maar organische architectuur is niet per definitie antroposofische architectuur. Rudolf Steiner zette zich net als andere architecten uit zijn tijd, af tegen de negentiende-eeuwse neostijlen. Tussen 1907 en 1925 ontwierp Steiner diverse gebouwen en in zijn uitleg zijn veel overeenkomsten te vinden met andere organische architecten. Hij onderscheidt zich echter in zijn visie op de functie van het gebouw. Hij vond dat een gebouw naast de functie van simpelweg een dak boven je hoofd of een plek om samen te komen, ook als opvoeder of zelfs als vriend van de mens moest dienen. Pieter van der Ree beschrijft in zijn boek “Vormen scheppen als uitdrukking van innerlijk leven - Rudolf Steiners kunst en architectuur als beeld van de scholingsweg” een mooi verhaal dat deze visie illustreert: 'Een jonge Zwitserse vrouw verloor onverwacht haar man en moest plotseling alleen haar jonge kinderen groot brengen. Op zoek naar innerlijke rust en houvast kwam ze op een dag in de Maria Krönung Kirche in Zürich-Witikon. Daar maakte de bijzondere lichtval en ruimtewerking van het interieur zoveel indruk op haar dat ze weer moed en kracht vatte om door te gaan. Zonder dat er een dienst werd gehouden deed het gebouw zelf iets goeds voor deze vrouw.' Een ander mooi voorbeeld is het eerste Goetheanum dat Steiner ontwierp en dat werd gebouwd met behulp van vele vrijwilligers. Het gebouw diende als theater waar de mysteriedrama's van Steiner opgevoerd konden worden én als centrum voor de antroposofische vereniging. Daarmee had het in feite ook de functie van opvoeder.

Steiner beschrijft in het eerste hoofdstuk van het boek “Vorm en beweging - Architectuur - Beeldhouwkunst - Euritmie” de ontwikkeling van de architectuur aan de hand van de Griekse tempels en later de Christelijke kerken. Voor de Grieken was de tempel het huis van de Goden. Zo'n tempel stond als baken in het midden van het territorium van de aanhangers. Zo lang je in de omgeving van zo'n tempel woonde en werkte, geloofde men dat ze dicht bij hun goden waren en door hen werden beschermd. Je hoefde niet per se een tempel in om contact te kunnen maken met een God. In de latere Christelijke kerken verschoof de functie van het gebouw van baken ìn een territorium naar een territorium op zich. Het werd dé enige plek waar je als gelovige contact kon krijgen/ zoeken met God.

Naast dit verschil in Godsbeleving, waren er ook architectonische verschillen. Zo was er bij de Grieken sprake van architectuur die gebaseerd was op de aardse krachten, de zwaartekracht. Tempels waren rechthoekig waarbij de lange zijden horizontaal lagen. Bij de Christelijke kerken ging men de hoogte in en werden steunberen gebruikte om de kappellen niet te doen instorten. Ondanks deze verschillen zagen de Grieken en de Christenen het gebouw puur als gebouw. Als dak boven het hoofd of als plek om samen te komen. Het had verder geen andere functie.

Dit betoog over de Grieken en de Christenen is in het hierboven genoemde boek de opmaat voor de uitleg over de organische architectuur en in het bijzonder de antroposofische architectuur. Steiner ontwierp zoals gezegd het eerste Goetheanum (het werd verwoest door een aangestoken brand op 31 december 1922) en ging uit van de functie van het gebouw; een plek waar de antroposofische vereniging en belangstellenden via het gebouw in contact konden komen met de geestelijke wereld. Het uiterlijk van het gebouw, zowel de buitenkant als het interieur moest die functie uitstralen. Steiner vergelijkt het gebouw met een strottenhoofd. Zoals ons eigen strottenhoofd precies zo gemaakt is dat wij kunnen spreken, zo was het eerste Goetheanum zo ontworpen en gebouwd dat de muren en de reliëfen het strottenhoofd vormden van de Goden. Via het gebouw kon je daarom ook contact maken met de geestelijke wereld. Tenminste, als je open kon staan voor de vormen en het niet via het hoofd maar via het hart probeerde te ontvangen.

Het eerste Goetheanum was dus niet alleen een gebouw voor de leden van de antroposofische vereniging om samen te komen, het gebouw moest de inhoud van de antroposofie ook daadwerkelijk uitdrukken. Om helder te maken wat hij bedoelde, gebruikte Steiner vaak het voorbeeld van de noot en de notendop of die van de tulbandvorm en de tulband. Zowel de notendop als de tulbandvorm zien eruit zoals ze eruitzien vanwege dat wat er aan de binnenkant zit. De notendop heeft dezelfde vorm als de noot die erin zit. En wanneer er een deuk in de tulbandvorm zit, krijgt elke tulband die erin gemaakt wordt ook die deuk. En zo zou bij de antroposofische architectuur het gebouw op zich een omhulling/opvoeder moeten zijn voor hetgeen in het gebouw gebeurt. In het Goetheanum kwam dat onder andere tot uiting in de twee koepels die gedeeltelijk in elkaar overgingen. De grotere in het westen bevatte de toeschouwersruimte terwijl de kleinere oostelijke koepel plaats bood aan het toneel. Zoals de twee koepels elkaar doordrongen zo gebeurt dat ook in de antroposofische visie, waarin de zintuiglijke wereld (grote koepel) en de geestelijke werkelijkheid (kleine koepel) zich ook met elkaar vermengen/ in elkaar doordringen.

Je zou de antroposofische architectuur kunnen samenvatten in drie pijlers:
1). De enkele elementen zelf, zoals bijvoorbeeld een trap, pilaar of raamkozijn, die hun vorm ontlenen aan de wereld van de beweging, de zogeheten organische vormen.
2). De metamorfose van de elementen onderling. De elementen samen zorgen ervoor dat degene die in het gebouw woont of het gebouw gebruikt een ontwikkeling doormaakt.
3). De vormgeving in totaal. Door de uiterlijke vormen van zowel de buiten- als de binnenkant zou je moeten kunnen zien wat er in het gebouw gebeurt.

Zoals gezegd is de inhoud van dit artikel zeer beknopt en valt er veel meer te lezen. Voor degenen die hierin geïnteresseerd zijn, staat er onder de afbeeldingen een boekenlijst en een lijst met video’s en artikelen die je kunt bekijken en lezen.

Afbeeldingen van antroposofische architectuur in Noord-Holland

Verdiepen (interessante boeken en links)


door: Gino Smink
voorjaar 2018

Wat is ...

terug naar Artikelen
''Leven is het meervoud van lef''

Loesje

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Geïnspireerd doorAntroposofie
Noord-Holland

Vormgeving en ontwikkeling door Ginolica