terug naar Artikelen

Het vrijeschool onderwijs

Thema artikel over het vrijeschool onderwijs

De vrijeschool is populair op dit moment, maar wat is nu eigenlijk een vrijeschool en waar komt het vrijeschoolonderwijs van daan?

Op 7 september 1919 richtte Rudolf Steiner de eerste vrijeschool op. In Nederland vieren we dit 100 jarig bestaan op 20 september in Maarssen met het Waldorf 100 festival. Met recht! Steeds meer mensen gunnen hun kind(eren) deze vorm van onderwijs. Maar wat is het eigenlijk? Hoe ontstond het? En belangrijker nog, wat maakt het vrijeschoolonderwijs zo bijzonder?

Ontstaan

In 1918 trok Rudolf Steiner door Europa om zijn programma van hervormingen van de maatschappij, de sociale driegeleding, onder de aandacht te brengen. Het is net na de eerste wereld oorlog. Europa ligt in puin en likt zijn wonden. Steiner is ervan overtuigd dat je de maatschappij sociaal gezien in drie gebieden moet verdelen en dat deze gebieden onafhankelijk van elkaar kunnen werken: het geestesleven, het rechtsleven en het economisch leven. Bij de economie gaat hij ervan uit dat broederschap en samenwerken lijdend moeten zijn in plaats van de concurrentie. Iedereen zou moeten kunnen krijgen wat hij nodig heeft. In het rechtsleven moet absolute gelijkheid gelden voor iedereen en elke vorm van voorkeursbehandeling of vriendjespolitiek moet uitgebannen worden. Met betrekking tot het geestesleven 'predikt' hij dat vrijheid het uitgangspunt zou moeten zijn en dat alle cultuurgerelateerde onderwerpen in de maatschappij in vrijheid ontwikkeld moeten kunnen worden. Onder de peiler van het geestesleven vallen onder andere de kunsten, de wetenschap, het onderwijs en de opvoeding.

In datzelfde jaar sprak Steiner tijdens een van zijn voordrachten ook voor de arbeiders én directeur Emil Molt van de Waldorf-Astoria sigarettenfabriek in Stuttgart. Zij raakte zo enthousiast van zijn ideeën, dat ze hem vroegen of het mogelijk was een school te stichten waarbij het onderwijs gebaseerd zou zijn op de ideeën van de sociale driegeleding. Waar in de geest van die ideeën les geven zou worden. Steiner raakte daarop zelf ook geïnspireerd en begon direct met de voorbereidingen. Een klein jaar later, gefaciliteerd door Emil Molt, werd de eerste ‘Freie Waldorfschule’ gesticht in Stuttgart.

In 1923 werd in een huiskamer in Den Haag de eerste vrijeschool in Nederland opgericht. Inmiddels zijn we bijna 100 jaar verder en zijn er wereldwijd zo’n 1200 vrijscholen in 65 landen. Ongeveer 10% daarvan zijn gevestigd in Nederland. Waaraan herken je het onderwijs?

Leerkracht

Volgens Steiners gedachtegoed moest het vrijeschoolonderwijs vrij ingevuld en ontwikkeld worden. Dit zie je terug in een aantal kenmerken. De meest in het oog springende is de leerkracht op de basisschool. Op de vrijeschool heb je van klas 1 tot en met 6 (groep 3 t/m 8) in principe dezelfde juf of meester. De leerkracht geeft bijna alle vakken waardoor er tussen hem en de leerling een stevige band ontstaat en het kind zich veilig kan ontwikkelen. De praktijk blijkt echter wat weerbarstiger. Op kleinere scholen ontkomen ze niet altijd aan combinatie klassen waardoor die kinderen toch meerdere leraren voor de klas hebben.

Leerstof

Een ander kenmerk is de vrijheid in het aanbieden van de leerstof. Op de vrijeschool wordt niet per definitie gewerkt met methodes. Het is echter ook niet zo dat de leerkracht maar wat doet. Er is wel degelijk een specifiek leerplan, waarin er voor elk leerjaar bepaald wordt wat er behandeld moet worden. Hierbij wordt vooral gekeken naar de ontwikkelingsfasen van de kinderen. Zo wordt de vertelstof aangepast aan de leeftijd van de kinderen. In de eerste klas worden bijvoorbeeld de sprookjes behandeld, in de tweede klas komen de fabels en de heilige legenden aan bod, daarna het oude testament, de Edda, de Grieken en als laatste de Romeinen.
De vrijheid zit hem er ook in dat de leerkracht per periode bekijkt wat geschikt is voor zijn klas. Zo kan hij bijvoorbeeld besluiten bepaalde materie later of juist eerder aan te bieden. Leerkrachten van de vrijeschool staan erom bekend hun leerlingen goed te kennen. Daarom zijn zij ook vrij in het aanpassen van hun lesstof zodat zij hun leerlingen les kunnen geven op een manier die 'hun' kinderen en henzelf het beste ligt. Op die manier heb je leraren die 'begeistert' lesgeven en dat heeft zijn positieve effect op de kinderen. We hebben allemaal wel eens iemand vol passie horen spreken over een bepaald onderwerp waardoor we zelf ook helemaal enthousiast werden en er nog meer over wilden wilden weten. Dat is wat het vrijeschoolonderwijs voor ogen heeft: dat de leerlingen als het waren de leerstof door de leraar heen leren.

Periode-onderwijs

Een derde kenmerk is het periode-onderwijs. In een periode van drie à vier weken wordt er specifiek aan één onderwerp gewerkt. Dit kan variëren tussen taal, rekenen, plantkunde, heemkunde et cetera. Tijdens bijvoorbeeld een taalperiode krijgt taal de meeste aandacht en hangen alle opdrachten daarmee samen. Na die periode laat de leraar de taal weer los en begint hij aan een ander onderwerp. Natuurlijk kunnen er in een andere periode nog wel wat oefenuren aangeboden worden, maar de focus licht dan op een heel ander thema dat ook weer drie of vier weken duurt.
Het idee achter het periode onderwijs, is dat het kind op verschillende manieren met de materie aan de gang gaat voor een langere periode, waardoor er een band ontstaat met het onderwerp. Het kind raakt geïnspireerd, krijgt als het ware de geest. Door deze verbinding kan het kind het onderwerp verinnerlijken. Het kan landen, zoals dat zo mooi heet in vrijeschoolland. En doordat de materie verinnerlijkt is, kan het onderwerp na een aantal andere periode’s zo weer opgepakt worden en kan er verdere verdieping ontstaan.

Sociaal onderwijs

De andere twee peilers van de sociale driegeleding, het economisch leven en het rechtsleven, zie je ook terug in het vrijeschoolonderwijs. Zo komt de broederschap van het economisch leven aan bod in de manier waarop er met taal en de vertelstof wordt omgegaan. Vanaf de eerste klas worden er twee vreemde talen gegeven. Meestal is dit in Nederland een combinatie van Engels/Duits of Engels/Frans. Welke combinatie het wordt, hangt ook af van de leraar. Het mooie is dat dit naast het leren van een andere taal, ook een sociale werking heeft. Het kind wordt zich er spelenderwijs van bewust dat je niet alleen op aarde bent met je eigen volk, maar dat er ook andere volkeren zijn met een andere taal en andere gebruiken. Hoe fijn is het als ze daar een gevoel voor krijgen? Het sociaal ontwaken wordt ook bevorderd door de vertelstof die wordt aangeboden. Hoewel de vrijeschool met zijn jaarfeesten een sterke Christelijke stroom heeft, komen andere stromingen en religies ook aan bod.

Het sociale én de groepskwaliteiten komen ook terug in de manier van lesgeven. Tijdens een rekenperiode wordt er bijvoorbeeld gevraagd in hoeveel groepen het getal twaalf te verdelen is. Aangezien hier meerdere antwoorden mogelijk zijn, krijgen meerdere kinderen de kans om antwoord te geven. Zo krijgen niet alleen de snellen de beurt, maar ook de kinderen die prima kunnen rekenen maar net iets langzamer zijn. De antwoorden worden samen gegeven waardoor er minder sprake is van concurrentiestrijd.

Denken, voelen, willen

De vrijeschool kent een aantal echte vrijeschool vakken zoals euritmie en vormtekenen. Deze worden afgewisseld met de ‘hoofd’-vakken waardoor er uitgebalanceerd onderwijs aangeboden wordt waarin het kind zowel in zijn denken als in het voelen en willen wordt aangesproken.
Het vrijeschoolonderwijs is vooral bedoeld als gezondmakend onderwijs. Er wordt gekeken naar de gezondheid van de kinderen, de vitaliteit en de harmonisering. Het voorziet hierin door onder andere te kijken wat er bij de ontwikkelingsfase van het kind past, maar ook door het aanbieden van bijvoorbeeld kunstzinnige therapie en/of euritmie-therapie voor kinderen met een eigen/extra zorgvraag.

Zoals je al hebt kunnen lezen, wordt er bij de vrijeschool niet gesproken over groep 1 tot en met 8 maar van klas 1 tot en met 6. Dit komt omdat de kleutertijd als een aparte periode wordt gezien. Aan kleuters wordt een andere ontwikkelingsvraag gesteld dan aan kinderen die leerrijp zijn en naar klas 1 gaan. Als het kind werkelijk zover is om naar klas 1 te gaan, zal het – een enkele uitzondering daar gelaten – ook niet meer blijven zitten omdat het over het algemeen beter is het kind met zijn/haar ontwikkelingsvraag aan te laten sluiten aan de leerstof. En die leerstof is zoals gezegd echt aangepast op de leeftijd van het kind.

Sfeer

Tot slot is ook de sfeer van de school kenmerkend. In het interieur wordt veel gedaan met natuurlijke materialen en gesluierde muren (manier van schilderen). Hierdoor ontstaat er een fijne, warme en zachte plek. Een mooi voorbeeld zijn de kleuterklassen. Wanneer je daar voor het eerst naar binnenloopt, voel je echt de geborgenheid en de bedding die zo’n klas uitstraalt. Sommige scholen verkeren daarnaast in de gelukkige situatie dat het gebouw helemaal of gedeeltelijk organische gebouwd is. School staat dus niet alleen voor leren, maar is ook een plek en een periode waar(in) het kind samenleeft met alle andere kinderen én de leerkrachten.

Als mij wordt gevraagd te vertellen wat het verschil is tussen de vrijeschool en een ander soort school, zeg ik dat een kind op de vrijeschool niet alleen leert om straks een vak te kunnen leren zodat het later een goede baan kan krijgen. Een kind op de vrijeschool leert ook hoe hij zich in de maatschappij staande kan houden, ongeacht waar hij vandaan komt of wat voor werk hij zal gaan doen. Wie wenst zijn kind dat nou niet toe?


de Sterrenzanger in Oudorp

door: Gino Smink & Daphne van Heerdt
Voorjaar 2019

Wat is ...

terug naar Artikelen
''Als je het proces ter harte neemt, dan zorgt het doel wel voor zichzelf''

Mahatma Gandhi

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Geïnspireerd doorAntroposofie
Noord-Holland

Vormgeving en ontwikkeling door Ginolica